Wie is Pieter Quint?

Pieter Philip Jurriaan Quint Ondaatje wordt geboren op 18 juni 1758 in Colombo (Sri-Lanka, dan nog een Nederlandse kolonie). Zijn vader, Willem Jurriaan Ondaatje (1731-1790), heeft in Utrecht gestudeerd en is er getrouwd met de Amsterdamse Hermina Quint.
Pieter vertrekt op 15-jarige leeftijd naar de Republiek der Nederlanden, waar hij vier jaar lang de Griekse en Latijnse school in Amsterdam volgt.
Daarna studeert hij in Utrecht, promoveert in 1782 in de Filosofie en 4 jaar later in de Rechten.


Quint Ondaatje wordt aanhanger van de patriottenbeweging, die zich met name tegen de rol van het stadhouderschap afzet. Hij is in 1783 één van de oprichters van het genootschap Pro Patria et Libertate en mede door zijn toedoen krijgt de patriottenbeweging in Utrecht een enorme aanhang onder de burgerij.


Onder leiding van Quint Ondaatje ontwerpt de Utrechtse burgerij in april 1784 een reglement, dat het Utrechtse bestuur verregaand zou democratiseren. Maar de heersende elite zoekt de confrontatie door in maart 1785 een tegenstander van de democratiseringsbeweging te benoemen; deze schoffering van de burgerij leidt tot een omsingeling van het stadhuis. Er volgt nog een aantal botsingen tussen vrijheidsgezinde burgers en het stadsbestuur, maar uiteindelijk wordt er op 1 augustus 1786 voor het eerst een democratisch gekozen stadsbestuur ingezworen.


De Koning van Pruisen moet eraan te pas komen om stadhouder Willem V in zijn macht te herstellen, en op 16 september 1787 nemen Pruisische troepen Utrecht in. Net als duizenden andere patriotten ontvlucht Pieter Quint Ondaatje de Republiek. Hij vindt eerst een veilige haven in Hamburg en in 1790 vestigt hij zich in Duinkerken.


In 1805 komt hij terug naar de Nederlanden, als Schimmelpenninck hem op 29 december 1805 tot lid van de Raad van Financiën benoemt. Na de inlijving van het Koninkrijk Holland bij Frankrijk aanvaardt Pieter Quint Ondaatje een benoeming in Parijs.
Desalniettemin benoemt koning Willem I hem in februari 1815 tot lid van de Hoge Raad van Justitie voor Oost-Indië.

Op 30 april 1818 overlijdt hij in Batavia.